Nationale Gegratineerde-Coquilles-Sint-Jacquesdag
Eens, in de zeventiende eeuw, waren sint-jakobsschelpen het zwarte schaap van de zeevruchtenwereld. Hun zoete smaak paste niet bij Amerikaanse smaken. Oesters, kreeften en clams heersten op de borden van vissersgemeenschappen langs de Noord-Atlantische Oceaan. Interessant genoeg werden de schelpen vaak waardevoller geacht dan het vlees zelf. In de negentiende eeuw keerde het tij: sint-jakobsschelpen wonnen populariteit in de VS. In 1846 stond in “Miss Beecher’s Domestic Receipt Book” het eerste gedocumenteerde recept, met delicate stoof- en sauteermethoden. De decennia erna was een golf van culinaire experimenten. Schelpen werden gefrituurd, gevuld, gepekeld en gestoomd, en tegen de jaren dertig een vast voedingsmiddel — vooral in kustgemeenschappen waar strandkramen regelmatig heerlijke gefrituurde scallops serveerden. Halverwege de twintigste eeuw staken ze de oceaan over naar Franse restaurants. Daar schitterden ze in luxueuze gerechten als Coquille St. Jacques: schelpen in hun schelp met boter, sjalot, kruiden, room en kaas. Vandaag zijn sint-jakobsschelpen een onbetwiste ster in fine-dining seafood, van provençaals tot pan-seared en ceviche. Thuis tilt bakken ze naar een hoger niveau: knapperig goudbruin van buiten, mals van binnen — pure dinertevredenheid.
Lees het verhaal