Nationale Brisketdag
Brisket, afkomstig uit de borst van het rund, wordt onderverdeeld in de "point" en de "flat", elk met hun eigen culinaire mogelijkheden. De point, rijk aan vet en bindweefsel, is uitstekend geschikt om te stoven of te smoken, wat een diepe smaak oplevert. De flat is magerder maar net zo smaakvol, en vraagt om een andere bereidingswijze. Hoewel brisket een lastig stuk vlees is om te bereiden, verandert het door langzaam koken in mals, rijk vlees, waarbij het stugge bindweefsel omzet in heerlijke gelatine. De oorsprong van National Brisket Day is niet duidelijk en in de geschiedenis verloren gegaan, maar brisket zelf heeft een lange culinaire traditie. De naam "brisket" heeft wortels in de middeleeuwen, afgeleid van het Oudnoorse woord "brjósk". Al sinds de achttiende eeuw is brisket historisch verbonden met de viering van Pesach door Oost- en Midden-Europese Joden. Brisket werd al genoemd in een Texaanse advertentie uit 1910, maar werd echt populair in de jaren vijftig, toen het op de kaart van barbecuerestaurants verscheen. De invloed van brisket reikt verder dan de Amerikaanse keuken; in de Mexicaanse traditie staat het bekend als suadero. Het wordt ook gebruikt voor "burnt ends", een favoriet in het Midwesten. Met twee delen — de flat en de point — biedt brisket veel veelzijdigheid: de point voor het smoken, de flat voor stoofgerechten. Spaanse kolonisten brachten vleeskoeien naar Amerika en droegen zo bij aan de culinaire reis van brisket.
Lees het verhaal